fb in  mail077 32 69 400     
In mei 2016 is er een nieuwe Europese verordening geïntroduceerd waarin privacyrechten zijn uitgebreid en bedrijven meer moeten verantwoorden over de omgang met persoonsgegevens. Er is een voorbereidingsperiode gegeven van twee jaar. Op 25 mei 2018 treedt de verordening - ook wel afgekort AVG - in werking in heel Europa. Op dat moment vervalt de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De AVG vraagt ook de nodige voorbereiding van u als MKB-bedrijf en de boetes bij overtredingen kunnen significant zijn. Heeft u al de vereiste voorbereidingen getroffen?

De nieuwe verplichtingen in de omgang met persoonsgegevens komen voort uit de steeds verdergaande digitalisering van de maatschappij. Bij de invoering van de Wet bescherming persoonsgegevens in 2000 waren begrippen als ‘cloud-computing’, ‘smartphones’ en ‘glasvezel’ nog geen gemeengoed. Door de technologische ontwikkeling is het delen en verspreiden van gegevens inmiddels veel eenvoudiger geworden. Het is voor individuen echter moeilijk om nog goed toe te zien op een zorgvuldige omgang met hun gegevens door bedrijven. Daar brengt de AVG verandering in.

Individuen krijgen meer rechten (bijvoorbeeld om vergeten te worden of gegevens mee te nemen) en u moet kunnen aantonen dat u voldoende maatregelen heeft genomen om de gegevens goed te beschermen. Ook als u een deel van uw gegevensverwerkingen heeft uitbesteed. Het gaat daarbij voornamelijk - maar niet uitsluitend - om geautomatiseerde verwerkingen.

Om te beginnen: welke gegevens mag ik verwerken?
Het is verstandig om allereerst goed te kijken naar de persoonsgegevens die u als bedrijf verzamelt en verwerkt. Alle gegevens die betrekking hebben op, of te herleiden zijn naar een natuurlijk persoon (direct- en indirect) vallen onder de noemer persoonsgegevens. U mag als bedrijf alleen persoonsgegevens verwerken als u een ‘grondslag’ heeft. Er zijn zes grondslagen: u verwerkt gegevens waarbij u expliciet toestemming heeft gevraagd én gekregen, of als uitvloeisel van een contract/overeenkomst, of omdat u wettelijk verplicht bent, of omdat er een algemeen-, vitaal- of een gerechtvaardigd belang is. U kunt dus niet zondermeer gegevens verwerken. Als u gegevens verzamelt nadat u hier expliciet toestemming voor heeft gekregen, is het goed om u te realiseren dat u deze toestemming naderhand moet kunnen aantonen. Zorgvuldige vastlegging is dus noodzakelijk.

Met de persoonsgegevens die u verwerkt dient u als een ‘goed huisvader’ om te gaan. Ze moeten bijvoorbeeld beschermd zijn tegen verlies of inbreuk, niet langer worden bewaard dan noodzakelijk en u dient niet méér gegevens te verzamelen dan nodig is om uw doel te bereiken.

Opletten bij gevoelige- en bijzondere persoonsgegevens
Persoonsgegevens dienen dus goed beschermd te zijn. Daarbij is de stelregel dat gegevens met een groter risico, met extra zorg en aandacht behandeld moeten worden. Hierbij wordt gekeken naar de impact die het heeft op het individu. Het onzorgvuldig omgaan met identiteitsgegevens of gegevens over iemands gezondheid kan bijvoorbeeld een grote impact hebben op de levenssfeer van betrokkene. Als er een inbreuk is waarbij gevoelige- of bijzondere persoonsgegevens zijn ontvreemd, dient u dit altijd te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Voorbeelden zijn gegevens over godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke voorkeur, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakbond of strafrechtelijk verleden. U mag deze gegevens überhaupt alleen verwerken als u zich kunt beroepen op een van de tien wettelijke uitzonderingen. Verwerkt u deze gegevens als kernactiviteit en/of op grote schaal, of bent u een overheidsinstantie, dan kunt u daarnaast onder de AVG verplicht zijn om een Functionaris voor de gegevensbescherming aan te stellen en/of een Data protection impact assessment uit te voeren. Het gaat dan om verwerking met een hoog privacy risico. Als er twijfel bestaat over deze noodzaak dan dient u te kunnen onderbouwen waarom u daarvan in voorkomende gevallen heeft afgezien.

Een overzicht van persoonsgegevens die u verwerkt
Het uitzoeken of u gegevens mag verwerken en of u gegevens verwerkt met een hoog privacy risico is een opstapje naar de verantwoordingsplicht. De AVG schrijft namelijk voor dat elk bedrijf met meer dan 250 werknemers verplicht is om een register van verwerkingsactiviteiten op te stellen. Kleinere bedrijven moeten dit ook doen, maar alleen voor gegevens die op structurele basis verwerkt worden. Dit register is één van de verantwoordingsverplichtingen. Het overzicht brengt in beeld wat u verwerkt en hoe u dat vorm geeft. U legt er ook in vast of gegevens binnen of buiten de EU worden verwerkt. Verwerkt u gegevens buiten de EU? Het land waar u de gegevens mee uitwisselt dient dan een vergelijkbaar beschermingsniveau te hanteren anders bent u genoodzaakt om extra waarborgen te treffen.

Afspraken maken met partijen die u inschakelt
Als u op dit moment derde partijen inschakelt om een (deel van de) verwerking voor u uit te voeren dan bent u genoodzaakt om daar afspraken mee te maken. Hierin leggen u en de verwerker schriftelijk vast hoe er wordt omgegaan met privacy aspecten van de verwerkte gegevens. Dit wordt ook wel een verwerkingsovereenkomst genoemd. Het is essentieel om hierover te beschikken en in het belang van beide partijen. Onder verwerking wordt bijvoorbeeld ook verstaan: het bewaren, raadplegen, wijzigen, opvragen, vastleggen en combineren van gegevens. Ook met veel IT-leveranciers moet u dus in voorkomende gevallen een verwerkingsovereenkomst afsluiten.

Datalekken en bewustzijn
Het is van wezenlijk belang dat uw bedrijf goed op de hoogte is van de AVG. U kunt dan goed herkennen of er zich situaties voordoen die een risico vormen voor de bescherming van de persoonsgegevens. Of als er sprake is van een inbreuk (beter bekend als ‘datalek’). De AVG introduceert ook een uitbreiding op de bestaande Wet meldplicht datalekken: álle datalekken binnen uw bedrijf dient u in een register te documenteren als onderdeel van de verantwoordingsverplichting. Een gestolen laptop kan daar een voorbeeld van zijn. Niet voor niets geeft de Autoriteit Persoonsgegevens aan dat bewustzijn de eerste belangrijke stap is om weg naar de AVG. Wellicht kunt u één of twee collega’s de verantwoordelijkheid geven om binnen het bedrijf de nalevering van de AVG in de gaten te houden. De invoering van de AVG is daarbij ook een uitgelezen moment om uw informatiebeveiligingsniveau te evalueren.

Uw website en privacy
Naast de persoonsgegevens die u binnen uw bedrijf verwerkt is de kans groot dat u op uw website ook persoonsgegevens verwerkt. Bijvoorbeeld als u over een contactformulier beschikt of veel met zogenaamde cookies werkt. Ook op uw website moet u dan passende maatregelen nemen om de gegevens te bescherming en heldere informatie te verschaffen, bijvoorbeeld in de vorm van een privacy verklaring. Hierin maakt u kenbaar op welke wijze u omgaat met de gegevens en bij wie bezoekers terecht kunnen als er vragen zijn. Let bij uw website ook op standaardinstellingen. Deze dienen zodanig te zijn ingesteld, dat ze standaard de minste impact hebben op de privacy van de betrokkenen. De AVG duidt deze aspecten als Privacy by Design en Privacy by Default. Als u zelf betrokken bent bij het ontwerpen van informatiesystemen dient u dit eveneens na te streven.

Disclaimer Deze brochure beoogd geen volledigheid te geven van de AVG en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, noch is de brochure bedoeld voor specifieke individuele situaties. De brochure is gebaseerd op de regelgeving zoals die op 1 januari 2018 bekend was. Deze nieuwsvoorziening is met grote zorg samengesteld. Voor eventuele onvolkomenheden kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden. Druk- en zetfouten voorbehouden
Door de voorgenomen veranderingen in de ondernemersbelastingen wordt een bv niet onaantrekkelijker, maar juist aantrekkelijker dan ooit.

Anders dan het Centraal Plan Bureau (CPB) voorspelt, zal een sterk groeiend aantal ondernemers overstappen op deze organisatievorm. Een toename van 20 procent is mogelijk.

Pim van Rijswijk directeur van de VRB Adviesgroep las met verbazing de analyse die het CPB vorige week naar buiten bracht. Kern daarvan is dat het planbureau verwacht dat kleinere fiscale veranderingen geen grote invloed zullen hebben op de keuze voor een rechtsvorm. In de meeste gevallen een keuze tussen eenmanszaak of bv dus.

Het CPB stelt dat drie jaar na de start van een bedrijf nog geen procent van de ondernemers voor een andere rechtsvorm kiest. Eens gekozen, blijft gekozen zou het devies zijn. Den Haag zit momenteel in zijn maag met de in het regeerakkoord overeengekomen verhoging van de belasting op aanmerkelijk belang. Die is 25 procent, maar moet naar 28,5 procent in 2021.

Daartegenover staat een verlaging van de vennootschapsbelasting in dezelfde periode van de 20 procent naar 16 procent. Die stap zal volgens fiscaal specialist Pim van Rijswijk meer ondernemers richting een bv bewegen. In zijn praktijk ziet hij al een groeiende belangstelling voor deze ondernemersvorm.

,,Het grote voordeel van een bv zit in het verschil tussen de winst die een ondernemer maakt en het inkomen dat hij nodig heeft. Heeft iemand een ton winst in een eenmanszaak en dit bedrag nodig aan inkomen, dan biedt de bv in fiscale zin geen voordeel omdat hij dan vanuit een bv al zijn winst zou verlonen”, legt de adviseur uit.

,,Maakt iemand in een eenmanszaak dezelfde winst en is echter maar 50.000 euro nodig om van te leven dan biedt een bv juist wel voordeel. Het verschil van 50.000 euro blijft als winst achter in de bv. Over dit bedrag moet winstbelasting worden betaald. Deze heffing gaat de aankomende jaren met 20 procent omlaag. De spaarzame directeur-grootaandeelhouder heeft daardoor een enorm voordeel afgezet tegen de huidige situatie en ten opzichte van de eenmanszaak.”

De VRB voorspelt een toename van de vraag naar bv’s tot wel twintig procent. De warme belangstelling heeft volgens Van Rijswijk niet alleen fiscale motieven. Bv’s zijn ook in trek vanwege de juridische voordelen zoals de bescherming tegen hoofdelijke aansprakelijkheid bij een bankroet.



Het einde van het jaar is in zicht. Dit is een goed moment om uw fiscale koers voor 2018 te bepalen.

Wellicht zijn er acties die u nu al moet ondernemen, of vragen bepaalde zaken juist om uitstel of zijn er veranderingen waarmee u rekening moet houden? Dit is veelal klantspecifiek en hiervoor kunt u altijd contact met ons opnemen.

Om u alvast inzicht te geven in de belangrijkste wijzigingen, heeft onze beroepsgroep Het Register Belastingadviseurs, deze wijzgingen opgenomen in een uitgave van Fiscale eindejaarstips. Deze eindejaarstips kunnen voor zowel uzelf als uw organisatie van belang zijn.

Bekijk hier de eindejaarstips
Bijna 79 procent van familiebedrijven is bereid om van dividend af te zien om innovatie te stimuleren. Bij niet-familiebedrijven is dat 60 procent. Zelfs verlies wordt op de koop toe genomen.

Dat concludeert professor Roberto Flören, hoogleraar familiebedrijven aan Nyenrode Business Universiteit, in een onderzoek dat hij uitvoerde in samenwerking met ING en NPM Capital. Volgens het onderzoek is ruim 65 procent van de familiebedrijven bereid een jaar verlies te nemen als dat innovatie bij het bedrijf stimuleert. Eigenaren van familiebedrijven steunen innovatiebeleid in hun onderneming meer dan de eigenaren van niet-familiebedrijven.

‘De uitkomsten ontkrachten de mythe dat familiebedrijven niet innovatief zouden zijn’, zegt Flören. De hoogleraar deed onderzoek onder vierhonderd bedrijven, zowel familie- als niet-familiebedrijven. Hiervoor werden onder meer de directeuren van de bedrijven geïnterviewd. Ruim 62 procent van alle familiebedrijven introduceerde in de laatste drie jaar een of meerdere nieuwe producten of diensten. Ook heeft bijna 72 procent de interne bedrijfsprocessen vernieuwd, aldus de onderzoekers.

Een bedreiging voor de innovatiekracht van familiebedrijven schuilt volgens Flören in het feit dat het bedrijf in hoge mate afhankelijk is van de luimen en voorkeuren van de oprichter. Ook het feit dat een groot deel van het familievermogen vastzit in het bedrijf speelt een rol. ‘Familiebedrijven hebben significant vaker onvoldoende financiële middelen om te innoveren’, beweert Flören. ‘Ruim 32 procent van deze bedrijven zou innovatiever zijn als ze meer financiële middelen ter beschikking zouden hebben.’

Voorsorteren

Bedrijfsopvolging is een belangrijk thema voor familiebedrijven en kan een bedreiging zijn voor het innovatieve vermogen, blijkt uit het onderzoek. Bij ruim 29 procent van alle familiebedrijven vreest de huidige directeur dat het innovatieve karakter van het bedrijf vermindert na zijn of haar vertrek. Dit percentage stijgt tot 38 voor de familiebedrijven waar de oprichter nog actief is. ‘Op deze reële dreiging moeten  familiebedrijven dus vroegtijdig voorsorteren, en dat wordt in toenemende mate ook gedaan,’ stelt Roberto Flören. ‘Een groot gedeelte van de familiebedrijven ziet de bedrijfsopvolging namelijk als een kans om het innovatieve vermogen van het bedrijf juist te vergroten. Bijna 52 procent van de huidige directeuren stelt dat het voor de continuïteit van het familiebedrijf van groot belang is dat de nieuwe directeur innovatiever is dan de huidige,’ besluit Flören. (Bron: Accountancyvanmorgen.nl)




Uw facturen bewaren

Alle facturen die u verstuurt of ontvangt, bewaart u in uw administratie. Dat is verplicht, want wij moeten uw administratie kunnen controleren. U bewaart de facturen in de vorm waarin u ze hebt verstuurd of ontvangen. Digitale facturen drukt u dus niet af, maar slaat u digitaal op. U bewaart de facturen 7 jaar. Facturen over onroerende zaken bewaart u 10 jaar.

Let op!

Bij de volgende diensten geldt een bewaartermijn van 10 jaar:

elektronische dienstentelecommunicatiedienstenradio- en televisieomroepdiensten

Wat deze diensten inhouden, leest u bij Digitale diensten.

Bewaarplicht van facturen en bonnetjes die zijn gescand

U mag facturen en bonnetjes ook scannen en digitaal bewaren. Er moet dan wel sprake zijn van een juiste en volledige weergave van het origineel. Belangrijk hierbij is dat de echtheidskenmerken ook worden opgeslagen. U kunt dit nalezen in de brochure Uw geautomatiseerde administratie en de fiscale bewaarplicht.

Als u aan de voorwaarden voldoet, hoeft u de originele facturen en bonnetjes niet te bewaren. Ook deze digitale administratie moet 7 of 10 jaar worden bewaard en binnen een redelijke termijn controleerbaar zijn.
Het ministerie van Financiën heeft het eindejaarsbericht ‘Belangrijkste wijzigingen belastingen 2017’ gepubliceerd.

Op 20 december 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2017. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari 2017. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financiën staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2017.

Belangrijkste wijzigingen belastingen 2017

Bron: Accountantweek.nl
Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) zijn positief in hun verwachtingen voor 2017. Mkb-ondernemers verwachten voor 2017 meer omzet, hogere investeringen en uitbreiding van de werkgelegenheid. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ook kwam het ondernemersvertrouwen in het mkb aan het begin van het vierde kwartaal hoger uit dan een kwartaal eerder. Dit stelt het CBS op basis van de Conjunctuurenquête Nederland na bewerking voor de Staat van het MKB.

Middenbedrijf positief

Vooral ondernemers in het middenbedrijf (50-250 werkzame personen) zijn positief in hun verwachtingen voor volgend jaar. Zij zijn in hun verwachtingen vaker optimistischer dan ondernemers met kleinere bedrijven (5-50 werkzame personen), al zijn ondernemers in het kleinbedrijf ook per saldo positief gestemd. Over de omzet, de export en de personeelssterkte zijn ondernemers uit het grootbedrijf nog positiever dan ondernemers in het MKB.

In het middenbedrijf denkt 39 procent van de bedrijven dat de omzet in 2017 toeneemt, terwijl 6 procent een lagere omzet voorziet. Per saldo zijn dus 33 procent van de ondernemers positief over de omzetontwikkeling. In het kleinbedrijf is dit saldo 21 procent en in het grootbedrijf 53 procent. De verwachtingen over de buitenlandse omzet hebben hetzelfde patroon: de verwachtingen in het kleinbedrijf zijn het minst positief en in het grootbedrijf zijn de verwachtingen het meest positief.

Van de ondernemers in het middenbedrijf verwacht per saldo 10 procent een groei van de investeringen in 2017 en 18 procent een toename van de werkgelegenheid. Binnen het kleinbedrijf verwacht per saldo 3 procent van de ondernemers een groei van de investeringen en 11 procent een toename van de werkgelegenheid.

Voor het eerst ondernemersvertrouwen van het mkb

Voor de Staat van het MKB is in het vierde kwartaal voor het eerst het ondernemersvertrouwen van het mkb gepubliceerd. Net als in het gehele bedrijfsleven zijn mkb-ondernemers in het vierde kwartaal van 2016 onverminderd positief gestemd. Het vertrouwen van mkb-bedrijven kwam uit op 9,3. Dat is nagenoeg gelijk aan het sentiment in het bedrijfsleven als geheel (9,2). Het ondernemersvertrouwen in het mkb is 1,5 punt hoger dan aan het begin van het derde kwartaal. Binnen het mkb is het vertrouwen van ondernemers in het kleinbedrijf (ondanks de lagere verwachtingen voor 2017) met 9,6 het grootst. Tot en met de eerste helft van 2016 waren ondernemers in het kleinbedrijf juist minder optimistisch gestemd dan in het mkb als geheel.

In alle sectoren binnen het mkb zijn ondernemers gunstig gestemd. Het mkb-ondernemersvertrouwen is met 20,6 in de bouw het hoogst. Daarmee is het sentiment van mkb-ondernemers in de bouwsector nog positiever dan in het derde kwartaal. Ook in de horeca, de onroerend goedsector, de handel en de informatie en communicatie is het vertrouwen verbeterd ten opzichte van het derde kwartaal.

In de totale bouwsector (inclusief het grootbedrijf) is het ondernemersvertrouwen nog hoger (28,7) dan bij de mkb-bedrijven in de bouwsector. In de horeca en de onroerend goedsector is het mkb-ondernemersvertrouwen groter dan in het bedrijfsleven als geheel.

Bron: Accountantweek.nl
De Tweede Kamer heeft donderdag het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer die er naar verwachting op 20 december over stemt.

Dit wetsvoorstel strekt tot de uitfasering van het pensioen in eigen beheer (PEB) voor de directeurgrootaandeelhouder. De mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt afgeschaft, gecombineerd met een tijdelijke maatregel die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Voor directeur-grootaandeelhouders die hier geen gebruik van kunnen of willen maken, voorziet het wetsvoorstel in andere oplossingen. Met dit wetsvoorstel komt een einde aan een discussie over het pensioen in eigen beheer die is gestart in de Eerste Kamer in december 2012 tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2013.

Daarnaast bevat dit wetsvoorstel enkele andere fiscale maatregelen die ook betrekking hebben op oudedagsvoorzieningen. Een aantal van deze maatregelen draagt bij aan het vereenvoudigen van de toepassing van de belastingwetgeving en beoogt de administratieve lasten te verminderen of te voorkomen.

Bron: Accountantweek.nl
Uit een nog lopend onderzoek van Stichting ZZP Nederland over de uitwerking van de DBA blijkt dat meer dan een derde van de responderende ZZP’ers is benaderd door bemiddelaars om deel te nemen aan payroll- en BV-constructies. ‘Het is onbegrijpelijk, dat deze bemiddelaars ook nog kunnen schermen met een goedkeuringsverklaring van de Belastingdienst.’

Goedkeuringsverklaring Belastingdienst

BV-constructies lijken het ondernemerschap te waarborgen, maar in feite is het tegendeel het geval, aldus de stichting. ‘Men wordt werknemer van een BV met verplichtingen aan de bemiddelaar, die voor veel geld “ontzorgt”, terwijl de werkgevers- en werknemerslasten voor rekening van de ex-ondernemer komen. Het is onbegrijpelijk, dat deze bemiddelaars ook nog kunnen schermen met een goedkeuringsverklaring van de Belastingdienst’, zegt voorzitter Maarten Post van Stichting ZZP Nederland. ‘De Belastingdienst geeft hiermee openlijk aan mee te willen werken aan dit soort schijnconstructies, terwijl staatssecretaris Wiebes het gedrag van deze bemiddelaars juist openlijk heeft veroordeeld.’

Bron: Accountancy vanmorgen

BRANCHENIEUWS

Non-concurrentiebeding

24-05-2018 – Een non-concurrentiebeding wordt in de praktijk vaak concurrentiebeding genoemd. Feitelijk is dat niet juist, want de … Lees verder...

Spoorstraat 2
5931 PT Tegelen

T 077 - 32 69 400
F 077 - 32 69 405

info@swaccountants.nl 
logo2


Efficiënt samenwerken

© 2017. Realisatie: Seogi